logo
NED ENG FRA

home (NED) ANPI BRAND DIEFSTAL ANDERE TESTS

Reglementering | Informatie | Labo's | Inspectie | Audits | Certificatie | Producten |
NED>BRAND>Inspectie>Mengconcentratie van de schuim

SCHUIMOPLOSSING - MENGCONCENTRATIE

Voor een inspectieaanvraag, gelieve ons het formulier terug te sturen Offerteaanvraag inspectie Mengconcentratie van de schuimoplossing De meting van de mengconcentratie beoogt het beoordelen van het percentage schuimvormende vloeistof in de schuimoplossing, uitgedrukt in %. Bijvoorbeeld, een mengconcentratie van 6% betekent dat de schuimoplossing gevormd is uit 94 delen water en 6 delen schuimvormend middel. De mengconcentratie van de blusinstallatie moet binnen ? 10% van de ontwerpconcentratie liggen. Voor het uitvoeren van deze test gebruikt men: - hetzij een refractometer, - hetzij een conductiviteitsmeter. Naargelang van de methode wordt de brekingsindex of de geleidbaarheid gemeten en vergeleken met de respectievelijke referentiecurve. Stroomafwaarts en op een voldoende afstand van de menger, worden van de schuimoplossing monsters genomen. Men kan ook gebruikmaken van het uitgewaterde schuim bij de uitwateringstest. Dit geldt enkel voor de methode met de refractometer. Het FID beschikt over vakbekwaam personeel en over de geschikte en geijkte apparatuur om de mengconcentratiemeting uit te voeren. Een gekwalificeerde technieker gemachtigd door de gebruiker van de installatie of, bij afwezigheid, een afgevaardigde van de installateur moet echter tijdens deze meting aanwezig zijn om de installatie te bedienen en opnieuw in bedrijf te stellen. Methode met de refractometer De refractometer heeft een meetbereik voor de brekingsindex van 1,3330 tot 1,3723, zijnde het equivalent van 0% tot 25% suikerinhoud in water. Deze methode is niet nauwkeurig voor AFFF en voor alcoholbestendige AFFF. Deze schuimvormende vloeistoffen hebben namelijk een lage brekingsindex. Bij een omgevingstemperatuur die hoger is dan 10 °C leest de inspecteur van elk monster de brekingsindex af. Hiertoe legt hij enkele druppels van het monster op het prisma van de refractometer. Om de juiste waarde af te lezen, moet de inspecteur 10 tot 20 s wachten. Met behulp van grafiekpapier wordt een curve opgetekend. Op de Y-as zet men de brekingsindex uit en op de X-as de mengconcentratie. Deze curve is de referentiecurve voor de verdere tests. Indien er tussen de drie punten geen rechte lijn getrokken kan worden, herhaalt men de metingen of maakt men nieuwe monsters om de volledige test te herhalen. Methode met de conductiviteitsmeter De conductiviteitsmeter is van het merk Omega Model CDH-70, VWR Scientific Model 23198-014, of gelijkwaardig. Deze methode is niet beschreven in de ISO-norm en is ook niet bruikbaar wanneer het om brakwater of zeewater gaat. Deze waters zijn zeer geleidbaar en de kleine wijzigingen in de geleidbaarheid veroorzaakt door de menging van schuimvormende vloeistof in dit water kunnen niet gedetecteerd worden. Voorafgaande testen moeten gerealiseerd worden om de geschiktheid van deze methode te controleren. De inspecteur gebruikt steeds het water en de schuimvormende vloeistof van de schuimblusinstallatie en bereidt hiermee de drie monsters: één met de juiste nominale ontwerpconcentratie, één met de nominale ontwerpconcentratie maal 0,5 (volgens NFPA min 1%) en één met de nominale ontwerpconcentratie maal 1,5 (volgens NFPA plus 1%). De inspecteur vult een 100 ml meetbeker met water en voegt er, met behulp van een pipet (10 ml) of injectiespuit (10 cc), de nodige hoeveelheid schuimvormende vloeistof aan toe om telkens de gewenste concentratie te bekomen. De inspecteur let nauwlettend op dat er geen lucht in de monsters wordt ingebracht. Hij giet elke schuimoplossing in een plastieken fles (100 ml) en noteert hierop de mengconcentratie. Vooraleer elke fles af te sluiten en goed te schudden, steekt de inspecteur een geplastificeerd magnetisch roerstaafje in. Dit is niet vereist volgens ISO. De drie monsters worden bewaard, en kunnen bij twijfel opnieuw worden gebruikt. De inspecteur leest van elk monster de geleidbaarheid af. Net zoals de refractometer bezit de conductiviteitsmeter een temperatuurscompensatie. De inspecteur moet daarom enkele seconden wachten voordat hij de juiste waarde kan aflezen. Voor de meeste synthetische schuimen, die gebruik maken van zuiver water, meet de conductiviteitsmeter waarden beneden 2 000 microsiemens. Bij schuimen op basis van proteïne daarentegen meet men hogere waarden. Met behulp van grafiekpapier wordt een curve opgetekend. Op de Y-as zet men de geleidbaarheid (in microsiemens) uit en op de X-as de mengconcentratie. Deze curve is de referentiecurve voor de verdere tests. Indien er geen rechte lijn getrokken kan worden tussen de drie punten, herhaalt men de metingen of maakt men nieuwe monsters zodat de inspecteur de test kan herhalen.

<<   1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14 

You need the Adobe Flash player to view this site properly...

You can...

powered by verso - next generation e-branding